Het woord ‘stief’ heeft in onze samenleving een negatieve lading. Dit hebben we onder andere te danken aan sprookjes, zoals Sneeuwwitje, waarbij de stiefmoeder een personage vertolkt van het vleesgeworden kwaad, belust op geld en in oorlog met haar stiefkinderen. Van oorsprong betekent het woord ‘stief’, zonder bloedband. Het is een woord dat ontstond als naamgeving voor stiefvader of stiefmoeder, aanvankelijk met name in het geval de biologische moeder of vader overleed.

 Andere kijk

Een andere visie hierop geven Karin den Hollander en Magda Hengst in hun boek ‘De mijne zijn de liefste.’ Zij stellen in hun boek dat in de woorden stiefmoeder, stiefvader, stiefkind en stiefgezin alleen het woord ‘stief’ klopt. “De verwarring komt voort uit het tweede deel van het woord. Stiefgezin, stiefouder, stiefmoeder, stiefvader. Een stiefgezin is geen (kern)gezin. De stiefouder is geen ouder (van de stiefkinderen).”

 Noem de dingen bij hun naam

Wij zijn er een voorstander van om het woord stief te blijven gebruiken.Hiermee bevestig je het verschil en ontwar je de verwachting dat je als stiefsysteem een gezin zou moeten vormen, of als stiefouder een biologische vader of moeder zou moeten vervangen.

Het zou fantastisch zijn als we de negatieve lading van dit woord kunnen ombuigen naar een positieve lading, een geuzenaam!

Ellen